2017•Tijdschrift voor Gerontologie en GeriatrieOpen access

Het electroencefalogram bij delier bij dementie (DBD)

Judith I. Hanemaaijer, Viona J. M. Wijnen, Willem A. van Gool

Open full text 0 citations

Abstract

Vanwege de overlap in symptomen kan het moeilijk zijn om een delier te herkennen bij een patiënt met een langer bestaande dementie; het zogenaamde ‘delirium superimposed on dementia’ (DSD) of ‘delier bij dementie’ (DBD). De bestaande diagnostische criteria en observatieschalen zullen vaak leiden tot fout-positieve en fout-negatieve uitslagen. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de literatuur die betrekking heeft op de eventuele rol van electroencefalografie (EEG) bij de differentiële diagnostiek van delier, dementie en DBD. Het klassieke EEG, met twintig tot dertig elektroden en dertig minuten registratie, is een belastend onderzoek voor de psychogeriatrische patiënt. Recent onderzoek wijst uit dat ook kortdurende EEG-registraties met een zeer beperkt aantal elektroden mogelijk bruikbaar zijn bij de diagnostiek van een delier. Deze ontwikkeling geeft een ingang voor de toepassing van een EEG in de psychogeriatrische praktijk ter ondersteuning van de differentiële diagnostiek van DBD.

About this research paper

What this paper is about

Vanwege de overlap in symptomen kan het moeilijk zijn om een delier te herkennen bij een patiënt met een langer bestaande dementie; het zogenaamde ‘delirium superimposed on dementia’ (DSD) of ‘delier bij dementie’ (DBD). De bestaande diagnostische criteria en observatieschalen zullen vaak leiden tot fout-positieve en fout-negatieve uitslagen. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de literatuur die betrekking heeft op de eventuele rol van electroencefalografie (EEG) bij de differentiële diagnostiek van delier, dementie en DBD. Het klassieke EEG, met twintig tot dertig elektroden en dertig minuten registratie, is een belastend onderzoek voor de psychogeriatrische patiënt. Recent onderzoek wijst uit dat ook kortdurende EEG-registraties met een zeer beperkt aantal elektroden mogelijk bruikbaar zijn bij de diagnostiek van een delier. Deze ontwikkeling geeft een ingang voor de toepassing van een EEG in de psychogeriatrische praktijk ter ondersteuning van de differentiële diagnostiek van DBD.

Why it matters

A significance statement is not available in the OpenAlex record.

Key contribution

A contribution statement is not available in the OpenAlex record.

Method / approach

Method details are not available in the OpenAlex metadata.

Main findings

Findings are not separately available in the OpenAlex metadata.

Limitations

Limitations are not available in the OpenAlex metadata.

Applications

Application details are not available in the OpenAlex metadata.

Available abstract

Vanwege de overlap in symptomen kan het moeilijk zijn om een delier te herkennen bij een patiënt met een langer bestaande dementie; het zogenaamde ‘delirium superimposed on dementia’ (DSD) of ‘delier bij dementie’ (DBD). De bestaande diagnostische criteria en observatieschalen zullen vaak leiden tot fout-positieve en fout-negatieve uitslagen. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de literatuur die betrekking heeft op de eventuele rol van electroencefalografie (EEG) bij de differentiële diagnostiek van delier, dementie en DBD. Het klassieke EEG, met twintig tot dertig elektroden en dertig minuten registratie, is een belastend onderzoek voor de psychogeriatrische patiënt. Recent onderzoek wijst uit dat ook kortdurende EEG-registraties met een zeer beperkt aantal elektroden mogelijk bruikbaar zijn bij de diagnostiek van een delier. Deze ontwikkeling geeft een ingang voor de toepassing van een EEG in de psychogeriatrische praktijk ter ondersteuning van de differentiële diagnostiek van DBD.

Key concepts: Delirium, Electroencephalography, Dementia, Medicine, Psychology, Psychiatry, Internal medicine, Disease

Related papers

Back to paper searchBrowse research topicsOriginal source
Het electroencefalogram bij delier bij dementie (DBD) — Research Paper | ScholarLens