Human immune response to envelope proteins of the hepatitis B virus.
Isabelle Desombere
Abstract
Open-access reader
Isabelle Desombere
Abstract
Open-access reader
Reeds meer dan 15 jaar wordt routinematig tegen hepatitis B virus (HBV) gevaccineerd.De actieve component van het vaccin is het manteleiwit van het virus, het hepatitis B oppervlakte antigen of HBsAg.Anti-lichamen gericht tegen het HBsAg-vaccin volstaan immers om de infectie die kan volgen op de blootstelling aan het HBV te voorkomen.Jammergenoeg blijken ongeveer 5 à 10% van de gezonde gevaccineerden niet in staat om een beschermende antilichaamtiter te produceren na een standaard hepatitis B immunisatie.Deze 'HBsAg nonresponders' zijn waarschijnlijk niet of onvoldoende beschermd.Het mechanisme verantwoordelijk voor deze gebrekkige immuunrespons tegen het HBsAg is niet bekend.Via een grondige analyse van de humane cellulaire reactie tegen HBsAg bij HBsAg-gevaccineerden wensen wij het mechanisme verantwoordelijk voor deze 'HBsAg nonresponsiveness' op te helderen.Deze kennis zou kunnen bijdragen tot de ontwikkeling van een nieuw, meer immunogeen vaccin dat bij iedere gevaccineerde een beschermende antilichaamtiter kan opwekken.Daar de afwezigheid van een immunologische reactie tegen de HBV manteleiwitten ook gezien wordt bij chronische dragers van het HBV, kan een grondige kennis van de humane immuunreacties tegenover het HBsAg ook heel nuttig zijn om ons te helpen begrijpen waarom chronische dragers er niet in slagen het virus te elimineren.Deze kennis kan, op langere termijn, eventueel leiden tot de ontwikkeling van een adequate therapie voor de behandeling van chronische infecties.Wij denken hierbij in de eerste plaats aan de ontwikkeling van een therapeutisch vaccin.Deel 1: Relatie tussen HLA en 'nonresponsiveness'.Variaties in het immuunantwoord zijn vaak geassocieerd met polymorfismen van het MHC (Major Histocompatibility Complex).Het frequenter voorkomen van 'HBsAg-nonresponsiveness' bij personen met een HLA-DR3 of -DR7 haplotype suggereert dat deze nonrespons gestuurd wordt door genen van het MHC.In dit proefschrift worden HLA merkers van goede (DR1,DR5,DP4,DQ3 en DQ5) en van zwakke (DR7,DP11 en DQ2) respons geïdentificeerd.Vooral de combinaties DR3~DR7 en DP2~DR7 bleken frequent voor te komen in de nonresponder populatie.Deel 2: Exploratie van de antigenpresentatie bij 'nonresponders'.Het immunologisch defect verantwoordelijk voor de 'HBsAg nonresponsiveness' kan op elk niveau van het humaan immuunantwoord liggen.In dit proefschrift wordt nagegaan of een defect in HBsAg-opname, -processing of -presentatie verantwoordelijk is voor de gebrekkige of afwezige anti-HBs productie bij nonresponders.Door middel van een functionele analyse toonden we aan dat het opname-, processing-en presentatiegebeuren correct verloopt bij deze personen.Deel 3: Identificatie van HBsAg-specifieke T helper epitopen.Recent onderzoek toonde aan dat bij gevaccineerden de sterkte van de humorale immuunrespons op HBsAg grotendeels bepaald wordt door de kwaliteit van het T cel antwoord op dit antigen.Er werd immers een duidelijke correlatie gevonden tussen de in vivo anti-HBs productie en de in vitro T cel proliferatie.Om beter te begrijpen hoe HBsAg door T cellen wordt herkend, werden een aantal HBsAg-specifieke T cellijnen geproduceerd waarvan de epitoopherkenning en HLA-restrictie werden bepaald.Bovendien werden, gebruik makend van lymfocyten uit het perifeer bloed van goede HBsAg-responders en van een reeks peptiden die 60% van de HBsAg sequentie omvatten, enkele dominante T cel epitopen van HBsAg geïdentificeerd.Deel 4: Zoektocht naar verbeterde hepatitis B vaccins.Met het oog op de ontwikkeling van een meer immunogeen hepatitis B vaccin werden de veiligheid en de immunogeniciteit van een experimenteel hepatitis B vaccin (HBsAg met preS1 en preS2 sequenties) geanalyseerd in gezonde adolescenten en in nonresponders op het klassieke vaccin.Noch de gezonde adolescenten, noch de nonresponders op het klassieke vaccin reageerden beter op het experimenteel vaccin dan op het controle vaccin (Engerix-B®).Deze klinische evaluaties toonden aan dat de geselecteerde preS1 en preS2 gebieden de immunogeniciteit van het HBsAg-vaccin niet verbeterden.In een reeks in vitro experimenten werd aangetoond dat gedelipideerd HBsAg een verhoogde immunogeniciteit heeft vergeleken met het natief HBsAg.Ontvetting van HBsAg leidt tot een betere herkenning door T lymfocyten.De ontvetting resulteert evenwel in een minder goede herkenning van HBsAg door B lymfocyten en als gevolg daarvan in een geringere productie van anti-HBs.I I.2.Summary Prevention of hepatitis B virus (HBV)-infection through vaccination has been routinely practiced for more than 15 years.The active IV.
OpenAlex reports 2 citations for this work. Citation counts describe recorded attention and do not establish research quality.
A contribution statement is not available in the OpenAlex record.
Method details are not available in the OpenAlex metadata.
Findings are not separately available in the OpenAlex metadata.
Limitations are not available in the OpenAlex metadata.
Application details are not available in the OpenAlex metadata.
Reeds meer dan 15 jaar wordt routinematig tegen hepatitis B virus (HBV) gevaccineerd.De actieve component van het vaccin is het manteleiwit van het virus, het hepatitis B oppervlakte antigen of HBsAg.Anti-lichamen gericht tegen het HBsAg-vaccin volstaan immers om de infectie die kan volgen op de blootstelling aan het HBV te voorkomen.Jammergenoeg blijken ongeveer 5 à 10% van de gezonde gevaccineerden niet in staat om een beschermende antilichaamtiter te produceren na een standaard hepatitis B immunisatie.Deze 'HBsAg nonresponders' zijn waarschijnlijk niet of onvoldoende beschermd.Het mechanisme verantwoordelijk voor deze gebrekkige immuunrespons tegen het HBsAg is niet bekend.Via een grondige analyse van de humane cellulaire reactie tegen HBsAg bij HBsAg-gevaccineerden wensen wij het mechanisme verantwoordelijk voor deze 'HBsAg nonresponsiveness' op te helderen.Deze kennis zou kunnen bijdragen tot de ontwikkeling van een nieuw, meer immunogeen vaccin dat bij iedere gevaccineerde een beschermende antilichaamtiter kan opwekken.Daar de afwezigheid van een immunologische reactie tegen de HBV manteleiwitten ook gezien wordt bij chronische dragers van het HBV, kan een grondige kennis van de humane immuunreacties tegenover het HBsAg ook heel nuttig zijn om ons te helpen begrijpen waarom chronische dragers er niet in slagen het virus te elimineren.Deze kennis kan, op langere termijn, eventueel leiden tot de ontwikkeling van een adequate therapie voor de behandeling van chronische infecties.Wij denken hierbij in de eerste plaats aan de ontwikkeling van een therapeutisch vaccin.Deel 1: Relatie tussen HLA en 'nonresponsiveness'.Variaties in het immuunantwoord zijn vaak geassocieerd met polymorfismen van het MHC (Major Histocompatibility Complex).Het frequenter voorkomen van 'HBsAg-nonresponsiveness' bij personen met een HLA-DR3 of -DR7 haplotype suggereert dat deze nonrespons gestuurd wordt door genen van het MHC.In dit proefschrift worden HLA merkers van goede (DR1,DR5,DP4,DQ3 en DQ5) en van zwakke (DR7,DP11 en DQ2) respons geïdentificeerd.Vooral de combinaties DR3~DR7 en DP2~DR7 bleken frequent voor te komen in de nonresponder populatie.Deel 2: Exploratie van de antigenpresentatie bij 'nonresponders'.Het immunologisch defect verantwoordelijk voor de 'HBsAg nonresponsiveness' kan op elk niveau van het humaan immuunantwoord liggen.In dit proefschrift wordt nagegaan of een defect in HBsAg-opname, -processing of -presentatie verantwoordelijk is voor de gebrekkige of afwezige anti-HBs productie bij nonresponders.Door middel van een functionele analyse toonden we aan dat het opname-, processing-en presentatiegebeuren correct verloopt bij deze personen.Deel 3: Identificatie van HBsAg-specifieke T helper epitopen.Recent onderzoek toonde aan dat bij gevaccineerden de sterkte van de humorale immuunrespons op HBsAg grotendeels bepaald wordt door de kwaliteit van het T cel antwoord op dit antigen.Er werd immers een duidelijke correlatie gevonden tussen de in vivo anti-HBs productie en de in vitro T cel proliferatie.Om beter te begrijpen hoe HBsAg door T cellen wordt herkend, werden een aantal HBsAg-specifieke T cellijnen geproduceerd waarvan de epitoopherkenning en HLA-restrictie werden bepaald.Bovendien werden, gebruik makend van lymfocyten uit het perifeer bloed van goede HBsAg-responders en van een reeks peptiden die 60% van de HBsAg sequentie omvatten, enkele dominante T cel epitopen van HBsAg geïdentificeerd.Deel 4: Zoektocht naar verbeterde hepatitis B vaccins.Met het oog op de ontwikkeling van een meer immunogeen hepatitis B vaccin werden de veiligheid en de immunogeniciteit van een experimenteel hepatitis B vaccin (HBsAg met preS1 en preS2 sequenties) geanalyseerd in gezonde adolescenten en in nonresponders op het klassieke vaccin.Noch de gezonde adolescenten, noch de nonresponders op het klassieke vaccin reageerden beter op het experimenteel vaccin dan op het controle vaccin (Engerix-B®).Deze klinische evaluaties toonden aan dat de geselecteerde preS1 en preS2 gebieden de immunogeniciteit van het HBsAg-vaccin niet verbeterden.In een reeks in vitro experimenten werd aangetoond dat gedelipideerd HBsAg een verhoogde immunogeniciteit heeft vergeleken met het natief HBsAg.Ontvetting van HBsAg leidt tot een betere herkenning door T lymfocyten.De ontvetting resulteert evenwel in een minder goede herkenning van HBsAg door B lymfocyten en als gevolg daarvan in een geringere productie van anti-HBs.I I.2.Summary Prevention of hepatitis B virus (HBV)-infection through vaccination has been routinely practiced for more than 15 years.The active IV.
Key concepts: Virology, Immune system, Envelope (radar), Biology, Virus, Immunology, Medicine, Computer science