2009•LiriasRequires access

Political participation in late adolescence. Political socialization patterns in the Belgian Political Panel Survey

Ellen Quintelier

Open publisher page 10 citations

Abstract

Samenvatting In de literatuur is de laatste decennia veel ongerustheid geuit over het niveau van de politieke participatie van jongeren. Dit onderzoek gaat d ieper in op deze ongerustheid en zoekt naar manieren om Belgische jonger en bij politiek te betrekken. Daarbij focust het onderzoek op vijf polit ieke socialisatieagenten: ouders, vrienden, school, media en vereniginge n. In tegenstelling tot eerder onderzoek, maakt dit onderzoek gebruik va n twee golven van data (n=4,235), wat toelaat om de richting van de soci alisatie na te gaan. De data werden in 2006 en 2008 verzameld bij een re presentatieve groep van 16- en 18-jarigen. Politieke participatie leidt tot politieke socialisatie Een eerste, belangrijke conclusie is dat socialisatieagenten jongeren ni et alleen aanzetten om meer te participeren, zoals aangenomen wordt in h et meeste politieke socialisatieonderzoek, maar dat participatie ook lei dt tot meer contact met politieke socialisatieagenten (e.g. spill-over e ffects). Politieke socialisatie is een homogeen proces Een tweede conclusie is de bevinding dat het effect van politieke social isatie voor alle groepen gelijk is: jongeren uit het ASO, TSO en BSO, jo ngens en meisjes, allochtonen en autochtonen participeren evenveel indie n ze hiertoe aangezet worden. Wat echter wel verschilt, is het niveau van politieke socialisatie naarg elang het opleidingsniveau: jongeren uit het ASO worden veel meer g estimuleerd om te participeren dan jongeren uit het BSO. Dit is niet all een het geval op school, maar ook thuis en onder vrienden. We zien dan o ok dat jongeren uit het ASO en kinderen van hoger opgeleide ouders meer gaan participeren in alle vormen van politieke participatie. Meisjes worden ook iets meer aangezet tot participatie dan jongens. Afhankelijk van de activiteit, zien we dat meisjes iets meer participer en dan jongens, vooral in politiek consumerisme. Allochtone en autochtone jongeren worden evenveel aangezet tot politieke participatie en participeren dan ook evenveel. Hoewel dit op het eerste zicht verwonderlijk lijkt, worden autochtone en allochtone jongeren gro tendeels op dezelfde manier gesocialiseerd (vrienden, school, en verenig ingen). De verschillen in politieke participatie ontstaan duidelijk pas op een latere leeftijd. Suggesties om politieke participatie te stimuleren Ten derde reikt dit onderzoek ook enkele oplossingen aan om jongeren mee r aan te zetten tot politieke participatie. (1) Stimuleer jongeren om te participeren Hoe evident het ook mag lijken: om te participeren hebben jongeren manie ren nodig om zich te kunnen uiten. Jongeren zullen niet snel lid worden van een politieke partij, maar tekenen wel petities, boycotten producten en geven geld aan goede doelen. Hoewel dit maar kleine activiteiten zij n, zetten ze hen toch aan om zich meer te gaan engageren in andere polit ieke activiteiten. Eenmaal jongeren betrokken zijn bij politiek, zullen ze ook vaker participeren in de toekomst. Er ontstaat als het ware een&n bsp;participatiegewoonte. Het nieuws volgen en lidmaatschap van&nbs p;schoolraden en nieuwe sociale bewegingen zijn ideale manieren om jongeren (verder) te betrekken bij politieke activiteiten. (2) Stimuleer diversiteit Zorg ervoor dat jongeren zoveel mogelijk in contact komen met verschille nde mensen: niet alleen met jongeren met andere politieke achtergrond, m aar ook met jongeren met een andere religieuze, raciale en socio-economi sche achtergrond. Jongeren die regelmatig in contact komen met mensen me t een andere visie en ervaringen, gaan meer participeren. Het onder wijs, verenigingsleven en de media zijn de ideale manieren om jongeren met andere meningen in contact te brengen. (3) Stimuleer discussie Jongeren moeten niet alleen met andere mensen in contact komen, ze moete n ook met deze mensen in interactie gaan. Jongeren die thuis, met vrienden en op school over politieke en maatschappelijke onderw erpen discussiëren, gaan zich ook veel vaker inzetten voor politieke act ies.

About this research paper

What this paper is about

Samenvatting In de literatuur is de laatste decennia veel ongerustheid geuit over het niveau van de politieke participatie van jongeren. Dit onderzoek gaat d ieper in op deze ongerustheid en zoekt naar manieren om Belgische jonger en bij politiek te betrekken. Daarbij focust het onderzoek op vijf polit ieke socialisatieagenten: ouders, vrienden, school, media en vereniginge n. In tegenstelling tot eerder onderzoek, maakt dit onderzoek gebruik va n twee golven van data (n=4,235), wat toelaat om de richting van de soci alisatie na te gaan. De data werden in 2006 en 2008 verzameld bij een re presentatieve groep van 16- en 18-jarigen. Politieke participatie leidt tot politieke socialisatie Een eerste, belangrijke conclusie is dat socialisatieagenten jongeren ni et alleen aanzetten om meer te participeren, zoals aangenomen wordt in h et meeste politieke socialisatieonderzoek, maar dat participatie ook lei dt tot meer contact met politieke socialisatieagenten (e.g. spill-over e ffects). Politieke socialisatie is een homogeen proces Een tweede conclusie is de bevinding dat het effect van politieke social isatie voor alle groepen gelijk is: jongeren uit het ASO, TSO en BSO, jo ngens en meisjes, allochtonen en autochtonen participeren evenveel indie n ze hiertoe aangezet worden. Wat echter wel verschilt, is het niveau van politieke socialisatie naarg elang het opleidingsniveau: jongeren uit het ASO worden veel meer g estimuleerd om te participeren dan jongeren uit het BSO. Dit is niet all een het geval op school, maar ook thuis en onder vrienden. We zien dan o ok dat jongeren uit het ASO en kinderen van hoger opgeleide ouders meer gaan participeren in alle vormen van politieke participatie. Meisjes worden ook iets meer aangezet tot participatie dan jongens. Afhankelijk van de activiteit, zien we dat meisjes iets meer participer en dan jongens, vooral in politiek consumerisme. Allochtone en autochtone jongeren worden evenveel aangezet tot politieke participatie en participeren dan ook evenveel. Hoewel dit op het eerste zicht verwonderlijk lijkt, worden autochtone en allochtone jongeren gro tendeels op dezelfde manier gesocialiseerd (vrienden, school, en verenig ingen). De verschillen in politieke participatie ontstaan duidelijk pas op een latere leeftijd. Suggesties om politieke participatie te stimuleren Ten derde reikt dit onderzoek ook enkele oplossingen aan om jongeren mee r aan te zetten tot politieke participatie. (1) Stimuleer jongeren om te participeren Hoe evident het ook mag lijken: om te participeren hebben jongeren manie ren nodig om zich te kunnen uiten. Jongeren zullen niet snel lid worden van een politieke partij, maar tekenen wel petities, boycotten producten en geven geld aan goede doelen. Hoewel dit maar kleine activiteiten zij n, zetten ze hen toch aan om zich meer te gaan engageren in andere polit ieke activiteiten. Eenmaal jongeren betrokken zijn bij politiek, zullen ze ook vaker participeren in de toekomst. Er ontstaat als het ware een&n bsp;participatiegewoonte. Het nieuws volgen en lidmaatschap van&nbs p;schoolraden en nieuwe sociale bewegingen zijn ideale manieren om jongeren (verder) te betrekken bij politieke activiteiten. (2) Stimuleer diversiteit Zorg ervoor dat jongeren zoveel mogelijk in contact komen met verschille nde mensen: niet alleen met jongeren met andere politieke achtergrond, m aar ook met jongeren met een andere religieuze, raciale en socio-economi sche achtergrond. Jongeren die regelmatig in contact komen met mensen me t een andere visie en ervaringen, gaan meer participeren. Het onder wijs, verenigingsleven en de media zijn de ideale manieren om jongeren met andere meningen in contact te brengen. (3) Stimuleer discussie Jongeren moeten niet alleen met andere mensen in contact komen, ze moete n ook met deze mensen in interactie gaan. Jongeren die thuis, met vrienden en op school over politieke en maatschappelijke onderw erpen discussiëren, gaan zich ook veel vaker inzetten voor politieke act ies.

Why it matters

OpenAlex reports 10 citations for this work. Citation counts describe recorded attention and do not establish research quality.

Key contribution

A contribution statement is not available in the OpenAlex record.

Method / approach

Method details are not available in the OpenAlex metadata.

Main findings

Findings are not separately available in the OpenAlex metadata.

Limitations

Limitations are not available in the OpenAlex metadata.

Applications

Application details are not available in the OpenAlex metadata.

Available abstract

Samenvatting In de literatuur is de laatste decennia veel ongerustheid geuit over het niveau van de politieke participatie van jongeren. Dit onderzoek gaat d ieper in op deze ongerustheid en zoekt naar manieren om Belgische jonger en bij politiek te betrekken. Daarbij focust het onderzoek op vijf polit ieke socialisatieagenten: ouders, vrienden, school, media en vereniginge n. In tegenstelling tot eerder onderzoek, maakt dit onderzoek gebruik va n twee golven van data (n=4,235), wat toelaat om de richting van de soci alisatie na te gaan. De data werden in 2006 en 2008 verzameld bij een re presentatieve groep van 16- en 18-jarigen. Politieke participatie leidt tot politieke socialisatie Een eerste, belangrijke conclusie is dat socialisatieagenten jongeren ni et alleen aanzetten om meer te participeren, zoals aangenomen wordt in h et meeste politieke socialisatieonderzoek, maar dat participatie ook lei dt tot meer contact met politieke socialisatieagenten (e.g. spill-over e ffects). Politieke socialisatie is een homogeen proces Een tweede conclusie is de bevinding dat het effect van politieke social isatie voor alle groepen gelijk is: jongeren uit het ASO, TSO en BSO, jo ngens en meisjes, allochtonen en autochtonen participeren evenveel indie n ze hiertoe aangezet worden. Wat echter wel verschilt, is het niveau van politieke socialisatie naarg elang het opleidingsniveau: jongeren uit het ASO worden veel meer g estimuleerd om te participeren dan jongeren uit het BSO. Dit is niet all een het geval op school, maar ook thuis en onder vrienden. We zien dan o ok dat jongeren uit het ASO en kinderen van hoger opgeleide ouders meer gaan participeren in alle vormen van politieke participatie. Meisjes worden ook iets meer aangezet tot participatie dan jongens. Afhankelijk van de activiteit, zien we dat meisjes iets meer participer en dan jongens, vooral in politiek consumerisme. Allochtone en autochtone jongeren worden evenveel aangezet tot politieke participatie en participeren dan ook evenveel. Hoewel dit op het eerste zicht verwonderlijk lijkt, worden autochtone en allochtone jongeren gro tendeels op dezelfde manier gesocialiseerd (vrienden, school, en verenig ingen). De verschillen in politieke participatie ontstaan duidelijk pas op een latere leeftijd. Suggesties om politieke participatie te stimuleren Ten derde reikt dit onderzoek ook enkele oplossingen aan om jongeren mee r aan te zetten tot politieke participatie. (1) Stimuleer jongeren om te participeren Hoe evident het ook mag lijken: om te participeren hebben jongeren manie ren nodig om zich te kunnen uiten. Jongeren zullen niet snel lid worden van een politieke partij, maar tekenen wel petities, boycotten producten en geven geld aan goede doelen. Hoewel dit maar kleine activiteiten zij n, zetten ze hen toch aan om zich meer te gaan engageren in andere polit ieke activiteiten. Eenmaal jongeren betrokken zijn bij politiek, zullen ze ook vaker participeren in de toekomst. Er ontstaat als het ware een&n bsp;participatiegewoonte. Het nieuws volgen en lidmaatschap van&nbs p;schoolraden en nieuwe sociale bewegingen zijn ideale manieren om jongeren (verder) te betrekken bij politieke activiteiten. (2) Stimuleer diversiteit Zorg ervoor dat jongeren zoveel mogelijk in contact komen met verschille nde mensen: niet alleen met jongeren met andere politieke achtergrond, m aar ook met jongeren met een andere religieuze, raciale en socio-economi sche achtergrond. Jongeren die regelmatig in contact komen met mensen me t een andere visie en ervaringen, gaan meer participeren. Het onder wijs, verenigingsleven en de media zijn de ideale manieren om jongeren met andere meningen in contact te brengen. (3) Stimuleer discussie Jongeren moeten niet alleen met andere mensen in contact komen, ze moete n ook met deze mensen in interactie gaan. Jongeren die thuis, met vrienden en op school over politieke en maatschappelijke onderw erpen discussiëren, gaan zich ook veel vaker inzetten voor politieke act ies.

Key concepts: Politics, Political socialization, Panel survey, Political science, American political science, Socialization, Sociology, Psychology

Related papers

Back to paper searchBrowse research topicsOriginal source
Political participation in late adolescence. Political socialization patterns in the Belgian Political Panel Survey — Research Paper | ScholarLens